ECLI:NL:RBAMS:2008:BG3704
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aanhouding en voorlopige opschorting overleveringsverzoek EU-onderdaan wegens prejudiciële vragen over terugkeergarantie
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een EU-onderdaan aan Litouwen op grond van een Europees aanhoudingsbevel voor illegale handel in verdovende middelen. De opgeëiste persoon, woonachtig in Nederland en ingeschreven als student en werknemer, voerde verweren aan tegen overlevering, waaronder het ontbreken van een terugkeergarantie en het recht op verblijf in Nederland na eventuele strafuitvoering.
De raadsman stelde dat de opgeëiste persoon als EU-onderdaan gelijkgesteld moet worden aan een Nederlander en aanspraak heeft op terugkeergarantie conform artikel 6 van Pro de Overleveringswet en de EU-richtlijn 2004/38/EG. De officier van justitie betwistte dit en stelde dat de verblijfsduur te kort is om een terugkeergarantie te rechtvaardigen.
De rechtbank constateerde dat de opgeëiste persoon zijn verblijfsrecht ontleent aan het EG-verdrag en dat prejudiciële vragen over discriminatie en terugkeergarantie nog onbeslist zijn. Daarom werd het onderzoek heropend en de behandeling geschorst in afwachting van de beantwoording van deze prejudiciële vragen. Tevens werd de officier van justitie opgedragen informatie in te winnen bij de IND over het behoud van het verblijfsrecht na strafuitvoering.
Uitkomst: De rechtbank schorst de behandeling van het overleveringsverzoek in afwachting van prejudiciële vragen en informatie over het verblijfsrecht van de opgeëiste persoon.