ECLI:NL:RBAMS:2008:BG3674
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Tijselink
- C.G. Meeder
- N. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Toepassing Nederlandse wetgeving op werknemer met werkzaamheden in Nederland en België
De zaak betreft de vraag of de Nederlandse wetgeving van toepassing is op een werknemer die in loondienst werkt in zowel België als Nederland en in Nederland woont. Verweerder heeft vastgesteld dat ten onrechte de Belgische wetgeving werd toegepast en verklaarde dat vanaf 1 januari 2006 de Nederlandse wetgeving van toepassing is. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door verweerder werd afgewezen.
De rechtbank beoordeelde of de werkzaamheden in Nederland zodanig waren dat de Nederlandse wetgeving van toepassing moest zijn. Gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Centrale Raad van Beroep concludeerde de rechtbank dat de aard en omvang van de werkzaamheden niet relevant zijn; het feit dat werkzaamheden in Nederland werden verricht is voldoende.
Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Tevens wees de rechtbank het verzoek van belanghebbende af tot vergoeding van proceskosten, omdat geen sprake was van incorrect gebruik van het beroepsrecht en geen zelfstandige inbreng van belanghebbende ten opzichte van de verdediging van verweerder.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Amsterdam op 14 augustus 2008.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af.