ECLI:NL:RBAMS:2008:BG0989
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot uitbetaling van civiel beslagtegoed ondanks opgeheven strafrechtelijk beslag
De zaak betreft een geschil tussen eiseressen, waaronder een besloten vennootschap, en de Postbank over de uitbetaling van een bedrag van €101.183,45 dat onder civiel executoriaal beslag stond. Dit bedrag was eerder onder strafrechtelijk beslag gelegd, maar dat strafrechtelijk beslag was opgeheven. De Postbank weigerde uit te betalen aan eiseressen vanwege onduidelijkheid over wie de rechthebbende was, mede doordat het Openbaar Ministerie de gelden aan de curator van een failliete derde wilde teruggeven.
Eiseressen stelden dat zij recht hadden op het bedrag en dat de curator van de failliete derde geen aanspraak kon maken op de gelden, omdat deze derde niet met hen was te vereenzelvigen. De rechtbank oordeelde dat de Postbank op grond van artikel 477 lid 1 Rv Pro verplicht was de gelden aan de deurwaarder van eiseressen uit te betalen en dat de last tot teruggave door de officier van justitie aan de curator het civielrechtelijke beslag niet in de weg stond.
De Postbank werd veroordeeld tot betaling van het bedrag aan de deurwaarder, vermeerderd met wettelijke rente, en tot vergoeding van de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De Postbank is veroordeeld tot uitbetaling van het beslagte bedrag aan de deurwaarder van eiseressen, vermeerderd met wettelijke rente.