ECLI:NL:RBAMS:2008:BG0981
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verweer onrechtmatigheid aanhouding
De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 oktober 2008 de vordering tot overlevering van een Nigeriaanse verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De verdachte werd verdacht van 43 strafbare feiten met betrekking tot illegale handel in verdovende middelen, gepleegd in de periode 2003-2005.
De verdediging voerde verweer tegen de rechtmatigheid van de aanhouding en daaropvolgende doorzoeking in Nederland, en stelde dat het rechtshulpverzoek onderdeel van het dossier moest zijn. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de vragen van de verdediging betrekking hadden op feiten uit 2008 die geen verband hielden met de feiten waarvoor overlevering werd gevraagd. Tevens werd geoordeeld dat de aanhouding rechtmatig was op grond van de Overleveringswet.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering was voldaan, ook al waren enkele strafbare feiten deels in Nederland gepleegd. De officier van justitie had voldoende gemotiveerd dat goede rechtsbedeling de overlevering aan Duitsland rechtvaardigde. De rechtbank stond daarom de overlevering toe en wees het verweer af.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe ondanks het verweer tegen de rechtmatigheid van de aanhouding.