ECLI:NL:RBAMS:2008:BF9078
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks beroep op ingezetenschap en schending fundamentele rechten
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteiten. De verdachte werd verdacht van poging tot diefstal en diefstal door meerdere personen met braak, strafbaar gesteld in zowel Polen als Nederland.
De verdediging voerde aan dat de verdachte als ingezetene van Nederland moest worden beschouwd op grond van artikel 6 van Pro de Overleveringswet (OLW) en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in de zaak Kozlowski. Tevens werd gesteld dat de overlevering zou leiden tot een flagrante schending van fundamentele rechten, waaronder het recht op rechtsbijstand, omdat in Polen geen gratis advocaat beschikbaar zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte onvoldoende feitelijk had onderbouwd dat hij als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt, mede omdat hij niet in de gemeentelijke basisadministratie was ingeschreven en onvoldoende bewijs over zijn verblijf en banden met Nederland had geleverd. Het beroep op artikel 11 OLW Pro werd verworpen omdat Polen partij is bij het EVRM en er geen concrete aanwijzingen waren voor schending van fundamentele rechten.
De rechtbank verklaarde de officier van justitie ontvankelijk en stond de overlevering toe, zowel ter vervolging als ter executie van opgelegde vrijheidsstraffen. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor vervolging en executie van vrijheidsstraffen.