ECLI:NL:RBAMS:2008:BF8908
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Duitsland ondanks eerdere Nederlandse vervolging
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering van de officier van justitie tot in behandelingneming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Duitse justitiële autoriteiten. De verdachte, met Nederlandse nationaliteit, wordt verdacht van meerdere diefstallen in Duitsland. De verdediging voerde verweren aan, waaronder niet-ontvankelijkheid van het OM, schending van het ne bis in idem-beginsel en schending van het EVRM door mogelijke belemmering van rechtsbijstand.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie ontvankelijk is en dat de omschrijving van de strafbare feiten in het EAB voldoende is. De verdachte kon zijn onschuld niet aannemelijk maken. De rechtbank stelde vast dat de feiten waarvoor overlevering wordt gevraagd niet dezelfde zijn als die waarvoor de verdachte in Nederland is vervolgd of veroordeeld. Ook werd de terugkeergarantie door Duitsland aanvaard, zodat de Nederlandse nationaliteit geen belemmering vormt.
De rechtbank verwierp de overige verweren, waaronder het argument dat de feiten deels in Nederland zouden zijn gepleegd, en concludeerde dat de overlevering aan Duitsland toegestaan moet worden. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe.