ECLI:NL:RBAMS:2008:BF4985
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J. Cohen Tervaert
- W.M. van den Bergh
- C. Kraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verschoningsrecht advocaat en uitzondering bij ernstig gevaar voor leven of integriteit
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin een telefoongesprek tussen een verdachte en zijn advocaat was afgeluisterd. In dit gesprek gaf de verdachte aan wapens en explosieven te bezitten en wilde hij hiervan af. De officier van justitie voegde een geschoonde transcriptie van dit gesprek toe aan het dossier na toestemming van de rechter-commissaris, die een uitzondering maakte op het verschoningsrecht vanwege het algemeen belang van de veiligheid.
De verdediging voerde niet-ontvankelijkheid aan wegens onrechtmatigheden bij het gebruik van het gesprek, waaronder het bezit van een niet geschoonde versie van de transcriptie door het onderzoeksteam en schending van wettelijke bepalingen. De rechtbank verwierp deze bezwaren, onder meer omdat het vonnis waarop de verdediging zich baseerde na het onderzoek was uitgesproken en er onvoldoende bewijs was voor het bestaan van een niet geschoonde versie.
De rechtbank stelde vast dat het gesprek in beginsel onder het verschoningsrecht valt, maar accepteerde de uitzondering dat bij concrete aanwijzingen van ernstig gevaar voor leven of lichamelijke integriteit het belang van de samenleving zwaarder kan wegen. In deze zaak was echter onvoldoende sprake van een acute dreiging op het moment van de beschikking van de rechter-commissaris.
Desondanks concludeerde de rechtbank dat het Openbaar Ministerie niet moedwillig of met grove veronachtzaming heeft gehandeld en wees het beroep op niet-ontvankelijkheid af. De zaak zal verder worden behandeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk en wijst het beroep op niet-ontvankelijkheid af.