ECLI:NL:RBAMS:2008:BF3731
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- M.M. Korsten - Krijnen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering belegger tegen bank wegens niet-toerekenbaar tekortschieten in adviesrelatie
In deze zaak vordert A c.s. schadevergoeding van Dexia Bank Nederland N.V. wegens vermeende onrechtmatige advisering en schending van zorgplichten in het kader van een adviesrelatie voor beleggingen. De belegger had medio 1999 een adviesrelatie met de bank, waarbij hij een effectenportefeuille met een offensief profiel aanhield, met een aanzienlijke concentratie in buitenlandse ICT-aandelen. Hoewel aanvankelijk winst werd behaald, daalde de portefeuille sterk door koersdalingen in de ICT-sector.
De belegger stelde dat de bank onvoldoende had voldaan aan haar voorlichtings- en inlichtingenplicht, onvoldoende had gewaarschuwd voor risico’s en niet adequaat had gehandeld bij saldo- en marginbewaking. De bank voerde aan dat A c.s. een ervaren belegger was die zich bewust was van de risico’s, dat zij tijdig had gewaarschuwd en dat de belegger zelf verantwoordelijk was voor de keuzes.
De rechtbank oordeelde dat de verantwoordelijkheid voor de samenstelling van de portefeuille bij de belegger bleef, dat de bank voldoende had geïnformeerd en gewaarschuwd, en dat de belegger zich bewust moest zijn geweest van het risicoprofiel. Er was geen toerekenbaar tekortschieten of onrechtmatig handelen van de bank vastgesteld. De vordering tot schadevergoeding werd daarom afgewezen en de belegger werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de belegger af wegens het ontbreken van toerekenbaar tekortschieten door de bank.