ECLI:NL:RBAMS:2008:BF1877
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 augustus 2008 de vordering tot overlevering van een persoon aan Frankrijk op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Procureur van de Republiek te Nîmes. De verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij circa tien transporten van in totaal ten minste vier kilo cocaïne tussen november 2005 en maart 2007.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder dat het EAB onvoldoende specifiek was, dat de verdachte niet de juiste persoon zou zijn, dat hij onschuldig was omdat hij tijdens de feiten in detentie verbleef, en dat er al een vonnis in Frankrijk was gewezen. De rechtbank verwierp deze verweren. Het EAB voldeed aan de eisen van de Overleveringswet, de identiteit van de verdachte was juist, en het onschuldverweer faalde omdat de verdachte gedurende het penitentiair programma voldoende bewegingsvrijheid had.
Verder werd het bezwaar tegen mogelijke dubbele vervolging afgewezen, aangezien de feiten waarvoor overlevering werd gevraagd materieel verschilden van eerdere veroordelingen in Nederland. De rechtbank achtte de overlevering niet onredelijk en vond dat de Franse autoriteiten voldoende garanties hadden gegeven omtrent een eerlijk proces en de mogelijkheid tot een nieuw proces. De overlevering werd daarom toegestaan.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Frankrijk toe voor het strafrechtelijk onderzoek naar drugshandel.