ECLI:NL:RBAMS:2008:BF0620
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid en vernietigbaarheid van exploitatieovereenkomst wegens geestelijke stoornis kunstenaar
In deze civiele procedure staat de nietigheid en/of vernietigbaarheid van een overeenkomst tussen een kunstschilder en gedaagden centraal, waarbij de kunstenaar ten tijde van de overeenkomst leed aan een geestelijke stoornis. De kunstenaar had zijn auteursrechten aan zijn vrouw overgedragen, maar gedaagden exploiteerden zijn werken en gaven toestemming daartoe. De rechtbank stelde vast dat de kunstenaar sinds 2000 niet in staat was om zakelijke besluiten te nemen vanwege een bipolaire stoornis, wat door diverse medische en getuigenverklaringen werd onderbouwd.
De rechtbank overwoog dat de overdracht van auteursrechten aan de vrouw mogelijk geldig was, maar dat gedaagden zich mochten beroepen op het gerechtvaardigd vertrouwen dat de kunstenaar nog beschikkingsbevoegd was, omdat zij niet wisten en behoorden te weten van de overdracht. De gegeven toestemmingen tot exploitatie na 2002 werden daarom niet vernietigbaar geacht, tenzij gedaagden na 9 juli 2004 wel bekend waren met de geestelijke stoornis, hetgeen nog bewezen moet worden.
De rechtbank wees de vorderingen tot vernietiging van de overeenkomst en exploitatiehandelingen af, maar stond gedaagden toe bewijs te leveren dat zij niet wisten van de geestelijke stoornis. Ook werd de reconventionele vordering tot betaling wegens een vermeende rekening-courantverhouding aangehouden voor nadere specificatie. Verdere beslissingen werden aangehouden, met een vervolgrol op 8 oktober 2008 voor bewijslevering en nadere processtukken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot vernietiging af en staat gedaagden toe bewijs te leveren omtrent hun kennis van de geestelijke stoornis; verdere beslissingen worden aangehouden.