ECLI:NL:RBAMS:2008:BE8725
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herroeping beschikking onderhandse verkoop wegens gebrek aan bedrog door bank
Verzoekers X en Y hebben een verzoek ingediend tot herroeping van een beschikking van 19 mei 2005, waarin de voorzieningenrechter toestemming gaf aan de Rabobank tot onderhandse verkoop van een pand aan verzoeksters voor € 240.000,-- k.k. Verzoekers stelden dat de Rabobank bedrog had gepleegd door hen niet als belanghebbenden te informeren over de procedure en het bod van A namens hen.
De Rabobank had een hypothecaire lening verstrekt aan V en W, die in gebreke waren gebleven. Na een verzoekschrift ex artikel 3:268 lid 2 BW Pro werd het pand onderhands verkocht. Verzoekers hadden namens A een hoger bod uitgebracht, maar waren niet op de zitting van 3 mei 2005 verschenen. De Rabobank had de beschikking en het bod aan de notaris en A gestuurd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeksters wisten van de procedure en dat zij de koopovereenkomst en leveringsakte hadden ondertekend, waarin de procedure en eerdere biedingen waren vermeld. Er was geen sprake van bedrog door de Rabobank. Verzoekers waren niet opgeroepen omdat A namens hen handelde en zij hadden ook niet zelf op de zitting hoeven verschijnen. Het verzoek tot herroeping werd afgewezen en verzoeksters werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot herroeping van de beschikking tot onderhandse verkoop wordt afgewezen wegens het ontbreken van bedrog door de Rabobank.