ECLI:NL:RBAMS:2008:BD5711
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- A.C.A. Wildenburg
- Rechtspraak.nl
Opheffing erfdienstbaarheid van uitweg en geschil over gebruik en beperkingen
A vordert opheffing van de erfdienstbaarheid van uitweg die B heeft op het perceel van A, omdat B het weiland via een dam op eigen erf kan bereiken en de erfdienstbaarheid overbodig zou zijn. B betwist dit en stelt dat hij nog steeds een redelijk belang heeft bij de erfdienstbaarheid, mede omdat de dam is verwijderd en het weiland zonder erfdienstbaarheid niet los te verkopen is.
De rechtbank overweegt dat opheffing van een erfdienstbaarheid mogelijk is onder strikte voorwaarden, waaronder onvoorziene omstandigheden of het ontbreken van een redelijk belang. In deze zaak is niet gebleken dat B geen belang meer heeft, mede omdat de dam is verwijderd en B nog steeds afhankelijk is van de erfdienstbaarheid. De rechtbank stelt dat A bereid moet zijn de kosten van een nieuwe dam en eventuele waardevermindering van B's perceel te vergoeden.
De overige vorderingen van A, zoals tijdelijke opheffing, beperking van gebruik en gedragsbeperkingen, worden afgewezen omdat er onvoldoende grond is voor wijziging van de erfdienstbaarheid. De vorderingen van B in reconventie, gericht op herstel van de oude staat van het hek, verwijdering van obstakels en het niet hinderen van de erfdienstbaarheid, worden eveneens afgewezen. De rechtbank wijst de zaak toe voor nadere uitlatingen over de voorwaarden voor opheffing en veroordeelt B in de proceskosten van de reconventie.
Uitkomst: De rechtbank wijst de opheffing van de erfdienstbaarheid onder voorwaarden toe en wijst overige vorderingen af.