ECLI:NL:RBAMS:2008:BD2978
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens bescherming van vrijheid van meningsuiting bij persbericht over belediging en smaad
De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 juni 2008 een strafzaak waarin verdachte werd beschuldigd van smaadschrift wegens het verspreiden van een persbericht met beledigende uitlatingen over een ex-wethouder en anderen. De zaak draaide om de vraag of de vrijheid van meningsuiting, zoals beschermd door artikel 10 EVRM Pro, de strafrechtelijke vervolging kon weerstaan.
Verdachte had een persbericht opgesteld waarin passages uit een aangifte werden geciteerd, met beschuldigingen aan het adres van het slachtoffer. Hoewel het persbericht beledigende termen bevatte, oordeelde de rechtbank dat verdachte te goeder trouw was over de inhoud en dat het persbericht een bijdrage leverde aan het publieke debat over een zaak van algemeen belang, namelijk de veiligheid tijdens de Gay Pride en vergunningverlening.
De rechtbank verwierp de verweren van de verdediging omtrent niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en de geldigheid van de dagvaarding. Uit het dossier bleek onvoldoende bewijs voor sommige onderdelen van de tenlastelegging, wat leidde tot gedeeltelijke vrijspraak. Uiteindelijk werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging omdat de beperking van zijn vrijheid van meningsuiting niet noodzakelijk was in een democratische samenleving.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens bescherming van zijn vrijheid van meningsuiting.