ECLI:NL:RBAMS:2008:BD2477
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- M.F.J.M. de Werd
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en strafoplegging bij tenuitvoerlegging Portugese gevangenisstraf in Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot tenuitvoerlegging van een Portugese gevangenisstraf van elf jaar tegen een veroordeelde die in Nederland verblijft. De veroordeelde werd overgebracht op grond van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen. De rechtbank stelde vast dat het feit strafbaar is volgens zowel Portugees als Nederlands recht.
De verdediging voerde aan dat de veroordeelde in Portugal na het uitzitten van de helft van zijn straf voorwaardelijk in vrijheid zou zijn gesteld. De rechtbank vroeg nadere informatie aan de Portugese autoriteiten, die bevestigden dat voorwaardelijke invrijheidstelling mogelijk is na het uitzitten van de helft van de straf, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
De rechtbank concludeerde dat de veroordeelde een redelijke kans had om op 10 juni 2009 in vrijheid te worden gesteld indien hij in Portugal was gebleven. Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, namelijk medeplegen van internationaal vervoer van ruim 736 kilo cocaïne, en met eerdere veroordelingen van de veroordeelde. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 100 maanden op, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis en detentie in Portugal.
De rechtbank wees het verzoek tot schorsing van de detentie af, omdat de veroordeelde niet in strafvorderlijke voorlopige hechtenis in Nederland verkeert en het Portugese vonnis in kracht van gewijsde is. De strafrechtelijke positie van de veroordeelde wordt niet verzwaard door de overbrenging.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de tenuitvoerlegging van de Portugese gevangenisstraf toelaatbaar en legt een gevangenisstraf van 100 maanden op met aftrek van reeds doorgebrachte detentietijd.