ECLI:NL:RBAMS:2008:BD2427
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel met garantie nieuw proces na verstekvonnis
De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 maart 2008 een vordering tot overlevering van een Nederlandse onderdaan aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het parket te Leuven. De opgeëiste persoon was bij verstek veroordeeld door de Correctionele Rechtbank te Leuven en was tot dan toe onbekend met het vonnis. De verdediging voerde aan dat de garantie op een nieuw proces onvoldoende was, omdat de verzetprocedure geen inhoudelijke behandeling biedt en onduidelijkheid bestond over de mogelijkheid tot verzet.
De rechtbank overwoog dat artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW) vereist dat bij verstekvonnissen de uitvaardigende autoriteit voldoende garantie moet geven dat de opgeëiste persoon na overlevering een nieuw proces kan verzoeken en aanwezig kan zijn bij de terechtzitting. Uit correspondentie van de procureur des Konings en de procureur-generaal te Brussel bleek dat de wettelijke verzettermijn pas na overlevering begint te lopen en dat het vonnis niet onherroepelijk is. De garantie werd bevestigd door het Nederlandse Ministerie van Justitie.
De rechtbank verwierp het verweer dat de overlevering ontoelaatbaar was vanwege het ontbreken van een inhoudelijke behandeling voorafgaand aan het verstekvonnis en stelde dat de opgeëiste persoon voldoende rechtsmiddelen heeft na overlevering. Tevens werd geoordeeld dat de feiten strafbaar zijn in zowel België als Nederland en dat de terugkeergarantie is gegeven conform het Overbrengingsverdrag. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan, waarbij geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe onder de voorwaarde van garantie op een nieuw proces na verstekvonnis.