ECLI:NL:RBAMS:2008:BD2328
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing ordemaatregelen politieambtenaar wegens cultuuronderzoek en plichtsverzuim
Verzoeker, een hoofdagent bij het team hondengeleiders van de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland, kreeg op 6 februari 2008 ordemaatregelen opgelegd: buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging en ontzegging van toegang tot de werkplek. Dit volgde op een oriënterend feitenonderzoek naar plichtsverzuim en een problematische groepscultuur binnen het team.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze maatregelen, dat ongegrond werd verklaard. Hij stelde dat verweerder willekeurig handelde door alleen hem te straffen en niet leidinggevenden, en dat het buitengewoon verlof te lang duurde. Ook vroeg hij om vergoeding van immateriële schade wegens aantasting van zijn eer en goede naam.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was de maatregelen te treffen en dat er geen sprake was van willekeur. Wel werd geoordeeld dat de maatregelen slechts van korte duur mogen zijn en dat voortzetting na het cultuuronderzoek in strijd zou zijn met de bedoeling ervan. Daarom werden het bestreden besluit en het primaire besluit geschorst vanaf 2 juni 2008 tot zes weken na uitspraak in de hoofdzaak.
Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen omdat dit niet aan een voorlopige voorziening kan worden gekoppeld. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank schorst de ordemaatregelen tegen verzoeker tot zes weken na uitspraak in de hoofdzaak wegens disproportionele duur.