ECLI:NL:RBAMS:2008:BD2323
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag na steekpartij met messen
Op 21 oktober 2007 vond een steekincident plaats tussen verdachte en benadeelde partij bij een woning, waarbij beiden met messen gewond raakten. Verdachte stak met een mes in het hoofd van benadeelde partij, wat leidde tot ernstige verwondingen. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte met opzet handelde om benadeelde partij van het leven te beroven.
De bewijslast bestond uit diverse proces-verbalen van bevindingen, getuigenverklaringen, verhoren van verdachte en benadeelde partij, en een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut dat DNA-sporen op messen bevestigde. Uit het dossier bleek dat het gevecht tussen beiden plaatsvond zonder tussenkomst van derden.
Verdachte voerde een beroep op noodweer en noodweerexces aan, stellende dat hij handelde ter zelfverdediging. De rechtbank verwierp deze verweren omdat verdachte de ruzie initieerde, twee messen trok en bewust de confrontatie zocht. Er was geen sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door benadeelde partij op het moment van het steken.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 240 uur. De straf werd gematigd vanwege het ernstige letsel dat verdachte zelf had opgelopen en zijn schone strafblad. Het vonnis werd uitgesproken op 28 maart 2008 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een werkstraf van 240 uur wegens poging tot doodslag.