ECLI:NL:RBAMS:2008:BD2320
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing ordemaatregelen wegens onvoldoende vermoeden plichtsverzuim politieambtenaar
Verzoeker, een hoofdagent bij de politie Amsterdam-Amstelland, werd op 6 februari 2008 met onmiddellijke ingang buitengewoon verlof gesteld en de toegang tot de werkplek ontzegd vanwege een onderzoek naar vermeend plichtsverzuim binnen het team hondengeleiders.
Verweerder baseerde het besluit op vermoedens van seksuele contacten tijdens diensttijd, onregelmatigheden in dienstlijsten en het valselijk opmaken van documenten. Verzoeker betwistte deze beschuldigingen en stelde dat het besluit onterecht was en dat de ontstane werksfeer mede door verweerder werd veroorzaakt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het vermoeden van plichtsverzuim onvoldoende was onderbouwd, met name omdat cruciale verklaringen ontbraken en de aangevoerde feiten niet overtuigend waren. Gezien het belang van verzoeker bij het voorkomen van reputatie- en financiële schade, en het ontbreken van een voldoende vermoeden, werden de ordemaatregelen geschorst.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De rechter deed geen uitspraak in de hoofdzaak vanwege een bevoegdheidsgebrek en het feit dat partijen hiermee pas ter zitting werden geconfronteerd.
Uitkomst: De rechtbank schorst de ordemaatregelen tegen verzoeker wegens onvoldoende onderbouwd vermoeden van plichtsverzuim en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten.