ECLI:NL:RBAMS:2008:BD1623
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Executieoverlevering Duitsland toegestaan ondanks verweer op grond van verblijfsrecht
De rechtbank Amsterdam heeft op 21 maart 2008 uitspraak gedaan over een verzoek tot executieoverlevering van een Duitse staatsburger aan Duitsland. De opgeëiste persoon is veroordeeld voor illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen en moet een vrijheidsstraf van vijf jaar ondergaan. Het verzoek tot overlevering is gebaseerd op een Europees aanhoudingsbevel van januari 2008.
De opgeëiste persoon voerde verweer op grond van artikel 6 van Pro de Overleveringswet (OLW), stellende dat hij rechtmatig verblijf heeft in Nederland en met een Nederlander gelijkgesteld moet worden. De rechtbank oordeelde dat de opgeëiste persoon niet voldoet aan de voorwaarden om als met Nederlander gelijkgesteld te worden beschouwd, omdat hij niet ononderbroken vijf jaar in Nederland heeft verbleven en geen duurzaam verblijfsrecht bezit. Ook ontbraken voldoende middelen van bestaan en een ziektekostenverzekering.
De rechtbank verwierp het verweer en besloot dat de overlevering toegestaan moet worden. De feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd voldoen aan de eisen van de OLW, en er is geen reden om de behandeling aan te houden. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe voor de uitvoering van de vrijheidsstraf.