ECLI:NL:RBAMS:2008:BD1533
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen moord wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid verdachte
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van moord op haar ex-echtgenoot. De officier van justitie stelde dat technische sporen zoals bloed op een pedaal van de auto van verdachte, een bebloed voetspoor bij de woning van het slachtoffer en een mes met bloed van het slachtoffer in de keukenla van diens woning, wijzen op betrokkenheid van verdachte bij het delict. Verdachte ontkende aanwezig te zijn geweest bij het gevecht tussen medeverdachte en het slachtoffer.
De verdediging betoogde dat er geen bewijs is voor medeplegen, omdat verdachte niet aanwezig was bij het gevecht dat tot de dood van het slachtoffer leidde. Ook de getuigenverklaringen en het technisch onderzoek ondersteunen dit standpunt. De rechtbank constateerde tegenstrijdigheden in de verklaringen van verdachte en medeverdachte en twijfelde aan de waarheidsgetrouwheid van sommige verklaringen, maar vond geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte betrokken was bij het gevecht of de dood van het slachtoffer.
De rechtbank overwoog dat verdachte weliswaar het mes heeft aangeraakt en het adres van het slachtoffer kende, maar dat dit niet voldoende is om medeplegen aan te nemen. Verdachte had het adres achterhaald voor een omgangsregeling met haar dochter, niet om het slachtoffer te doden. De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen moord en wees de vordering van de benadeelde partij af. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen moord wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid.