ECLI:NL:RBAMS:2008:BC9317
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Geschil over eigendom en kadastrale grens van een litigieuze strook grond
In deze civiele zaak staat de eigendom en de kadastrale grens van een kleine strook grond centraal. A, oorspronkelijk eigenaar, vordert dat de rechtbank verklaart dat de strook grond aan hem of zijn rechtsopvolgers G en H toebehoort, en dat D medewerking verleent aan aanpassing van de kadastrale registratie. D betwist dit en stelt dat de strook grond aan hem toebehoort, al dan niet door verjaring.
De rechtbank beoordeelt de notariële akte van transport uit 1979 en de daarbij behorende situatietekening, waaruit blijkt dat de litigieuze strook niet aan E (de rechtsvoorganger van D) is geleverd. De kadastrale kaart en het veldwerk bevatten een omissie die geen eigendomsrecht kan vestigen. D kan zich niet beroepen op artikel 3:26 BW Pro omdat de kadastrale registratie geen register in de zin van dat artikel is.
Ook het beroep van D op verkrijgende verjaring wordt verworpen omdat E niet te goeder trouw was en de rechtsopvolgers van E niet aan de termijnvereisten voldoen. Verder is het bezit van D onvoldoende openbaar en ondubbelzinnig om extinctieve verjaring te doen slagen.
De rechtbank wijst de vordering van A toe, veroordeelt D tot medewerking aan aanpassing van de kadastrale registratie onder een dwangsom van €2.500 per dag en veroordeelt D in de proceskosten. De reconventionele vordering van D wordt niet behandeld omdat de voorwaarde niet is vervuld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat de litigieuze strook grond aan G en H toebehoort en veroordeelt D tot medewerking aan aanpassing van de kadastrale registratie onder dwangsom.