ECLI:NL:RBAMS:2008:BC7401
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voorrangsverklaring huisvesting wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster woont met meerdere familieleden in een driekamerwoning en wenst een grotere woning waarvoor zij een voorrangsverklaring aanvraagt. Verweerder weigert deze verklaring te verstrekken omdat dochter [dochter 2] met haar kinderen als een apart huishouden wordt beschouwd, waardoor geen nieuwe aanvraag in behandeling wordt genomen.
Verzoekster stelt dat de situatie een noodsituatie betreft en dat verweerder de hardheidsclausule niet toepast. De rechtbank overweegt dat het recht om familie toe te laten niet leidt tot een voorrangspositie en dat de woonsituatie, hoewel niet ideaal, geen noodsituatie vormt volgens het beleid van verweerder.
De rechtbank kwalificeert de brief van verweerder als een appellabel besluit en stelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat er geen nieuwe feiten zijn. Omdat er geen spoedeisend belang is, wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoekster krijgt geen vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor een voorrangsverklaring wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.