ECLI:NL:RBAMS:2008:BC3115
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens verzwegen inkomsten en gezamenlijke huishouding
Eiseres ontving bijstand als alleenstaande ouder en werd door het college van burgemeester en wethouders van Hilversum de bijstand ontnomen vanwege verzwegen inkomsten en het voeren van een gezamenlijke huishouding met [betrokkene]. De sociale recherche voerde een onderzoek uit waaruit bleek dat eiseres vanaf 1 september 1998 inkomsten uit arbeid had die niet waren opgegeven en dat zij vanaf 1 april 2003 een gezamenlijke huishouding voerde.
Eiseres voerde aan dat de inkomsten deels verifieerbaar waren en dat de samenwoning pas vanaf december 2005 bestond, met gescheiden rekeningen en weinig financiële verstrengeling. De rechtbank oordeelde echter dat de verzwegen inkomsten niet controleerbaar waren en dat de gezamenlijke huishouding objectief gezien wel bestond, ondanks subjectieve ontkenningen.
Juridisch werd gesteld dat het niet nakomen van de inlichtingenplicht een grond is voor intrekking van bijstand indien het recht niet kan worden vastgesteld. De rechtbank vond dat verweerder terecht het recht op bijstand had herzien en ingetrokken. Het beroep op verjaring faalde omdat niet was beslist tot terugvordering van te veel betaalde bijstand. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wegens verzwegen inkomsten en gezamenlijke huishouding wordt ongegrond verklaard.