ECLI:NL:RBAMS:2007:BF7623
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak oplichting en vergunningplicht effectenhandel, veroordeeld voor medeplegen valsheid in geschrift
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte wegens meerdere feiten, waaronder oplichting, het aanbieden van effecten zonder vergunning en het gebruik van valse geschriften.
De dagvaarding werd deels nietig verklaard, met name voor feiten die mogelijk in het buitenland (Spanje en Canada) zouden zijn gepleegd, waardoor het Openbaar Ministerie partieel niet-ontvankelijk werd verklaard voor die feiten. Verdachte werd vrijgesproken van het oplichtingsoffensief en het aanbieden van nepaandelen, omdat niet vaststond dat hij betrokken was bij het gehele traject en het vergunningsvereiste niet op nep-effecten van toepassing is.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte medepleegde in het gebruik en voorhanden hebben van valse faxberichten en confirmation notices die investeerders vertrouwen moesten wekken. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 3 maanden op, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, mede vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking was geweest.
De straf is gebaseerd op artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 5 en 225 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank achtte het bewezen feit strafbaar en vond geen rechtvaardigingsgrond voor verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf voor medeplegen van het gebruik van valse geschriften.