ECLI:NL:RBAMS:2007:BD2825
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- L.E. Kalff
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van verdachte voor medeplegen valsheid in geschrift en belastingfraude
De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 maart 2007 een vordering tot overlevering van een Belgische verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB betrof ernstige strafbare feiten waaronder medeplegen van valsheid in geschrift en het doen van onjuiste belastingaangiften, gepleegd in België en deels in Nederland.
De verdediging voerde verweren aan op basis van mogelijke schending van fundamentele rechten (artikel 11 OLW Pro) en onzekerheden rond de ontvankelijkheid van het verzet tegen het verstekvonnis en de mogelijkheid tot een eerlijk proces (artikel 12 OLW Pro). De rechtbank verwierp deze verweren omdat deze onvoldoende waren onderbouwd en uit het dossier bleek dat de verdachte voldoende gelegenheid krijgt zich te verdedigen in België.
Hoewel een deel van de feiten op Nederlands grondgebied is gepleegd, gaf de officier van justitie aan dat het belang van berechting in België zwaarder weegt dan in Nederland, mede gezien de dubbele WOTS-garantie. De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke vereisten voor overlevering is voldaan en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank stond de overlevering van de verdachte aan België toe voor het strafrechtelijke onderzoek en vervolging.