ECLI:NL:RBAMS:2007:BC4331

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/1734
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 Wet WOZArt. 8:75 AwbAfdeling 8.2.6 AwbArtikel 6 Besluit tarieven in strafzaken 2003Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarde en aanslag onroerende-zaakbelasting na bezwaar

De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van X B.V. tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslag onroerende-zaakbelasting 2005 van een object aan een a-weg te Z. De waarde was aanvankelijk vastgesteld op €547.000, na bezwaar verlaagd tot €518.000. Eiseres stelde dat de juiste waarde €475.000 bedroeg, gesteund door een taxatierapport van een onafhankelijke taxateur.

Verweerder overhandigde een hertaxatierapport waarin de waarde op €479.000 werd gesteld, waarbij werd erkend dat de eerdere waardering te hoog was vanwege onvoldoende rekening houden met de grootte van het object. Tijdens de zitting op 5 oktober 2006 bereikten partijen een compromis waarbij de waarde werd vastgesteld op €475.000.

De rechtbank bevestigde dit compromis en vernietigde het eerdere besluit, waarbij de aanslag onroerende-zaakbelasting werd aangepast aan de nieuwe waarde. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres. De uitspraak werd op 18 januari 2007 in het openbaar uitgesproken door drie rechters van de rechtbank Amsterdam.

Uitkomst: De WOZ-waarde en aanslag onroerende-zaakbelasting 2005 werden verminderd tot €475.000, met veroordeling van de gemeente in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM, nevenzittingsplaats Haarlem
Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 06/1734
Uitspraakdatum: 18 januari 2007
Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
X B.V., gevestigd te Z, eiseres,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.
1. Ontstaan en loop van het geding
1.1. Verweerder heeft bij beschikking krachtens artikel 22 van Pro de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als a-weg 2 te Z (hierna: het object), per waardepeildatum 1 januari 2003, vastgesteld voor het tijdvak 1 januari 2005 tot 1 januari 2007 op € 547.000. In het desbetreffende geschrift is ook de aanslag onroerende-zaakbelasting 2005 bekend gemaakt.
1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 16 december 2005 de waarde verminderd tot € 518.000 en de aanslag dienovereenkomstig verlaagd. Eiseres heeft daartegen bij brief van 19 januari 2006, ontvangen bij de rechtbank op 20 januari 2006, beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.
1.3. Verweerder heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend, waaronder een hertaxatierapport van het object. Daarin concludeert verweerder tot verlaging van de vastgestelde waarde tot een bedrag van € 479.000. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan eiseres.
1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2006 te Haarlem. Namens eiseres is verschenen mr. A. Namens verweerder is verschenen mr. B, tot bijstand vergezeld van C. De zaak is behandeld tegelijk met de zaken geregistreerd onder de nummers 06/8835 tot en met 06/8845, betreffende waardevaststellingen en aanslagen onroerende zaakbelasting 2005 van andere onroerende zaken waarbij eiseres is betrokken.
2. Feiten
Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:
2.1. Eiseres is genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het object. Het object heeft als bouwjaar 1955 en betreft winkelruimte met een oppervlakte van 241m², kantoorruimte op de eerste etage met een oppervlakte van 56 m², kantoorruimte op de 2e etage met een oppervlakte van 67 m² en een opslagruimte in de kelder met een oppervlakte van 56 m².
2.2. Bij de gedingstukken bevindt zich een "taxatieverslag niet-woning" van de gemeente Z met dagtekening 28 februari 2005, waarin de waarde van het object is bepaald op € 547.000.
3. Geschil en standpunten van partijen
3.1. In geschil is de waarde van het object op de waardepeildatum. Eiseres bepleit een waarde van € 475.000. Daartoe wijst eiseres op een taxatierapport van taxateur D B.V. met dagtekening 5 april 2005, die de woning in het kader van de Wet WOZ op de waardepeildatum heeft getaxeerd op € 475.000.
3.2. Verweerder heeft onder meer verwezen naar het onder 1.3. genoemde rapport met betrekking tot de hertaxatie van het object, opgemaakt door E, taxateur Wet Waardering Onroerende Zaken. Bij deze hertaxatie is de waarde van de woning getaxeerd op € 479.000. Hierbij is de taxateur tot de conclusie gekomen dat de onder 1.2. genoemde waarde te hoog is, aangezien niet voldoenderekening is gehouden met de grootte van het object.
3.3. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.
4. Beoordeling van het geschil
Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van het object dient te worden verminderd tot € 475.000. De rechtbank ziet geen aanleiding van het overeengekomene af te wijken en zal daarom dienovereenkomstig beslissen.
5. Proceskosten
Nu het beroep gegrond is, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 644 (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322 en een wegingsfactor van 1). Voor de taxatiekosten van eiseres zal de rechtbank een bedrag van € 81,23 toewijzen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 van Pro het Besluit tarieven in strafzaken 2003. De gevraagde vergoeding voor uittreksels uit het Kadaster wordt afgewezen, nu geen stukken zijn overgelegd waaruit de hoogte van de daarvoor gemaakte kosten blijkt.
6. Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de vastgestelde waarde tot € 475.000 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- vermindert de aanslag onroerende-zaakbelasting 2005 tot een aanslag berekend naar een waarde van € 475.000 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten ten bedrage van € 725,23 onder aanwijzing van de gemeente Z die deze kosten aan eiseres dient te vergoeden;
- gelast dat de gemeente Z het door eiseres betaalde griffierecht van € 276 vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan op 18 januari 2007 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. E. Jochem, mr. H.A.M. Röell-Mulder en mr. L.F. Roseval in tegenwoordigheid van mr. L.H.W. Verdegaal, griffier.
Afschrift verzonden aan partijen op:
De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:
- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, dan wel
- beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.
N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd.
Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie.
Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast in acht te worden genomen dat bij het beroepschrift een schriftelijke verklaring van de wederpartij wordt gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank.