ECLI:NL:RBAMS:2007:BB8678
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling moord op zoontje met terbeschikkingstelling en dwangverpleging
De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het met voorbedachten rade van het leven beroven van haar zoontje op of omstreeks 2 mei 2007. Verdachte drukte gedurende 10 tot 15 minuten een kussen met kracht op het gezicht van haar slapende zoon, ondanks diens verzet en smeekbeden om te stoppen.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit met opzet en kalm beraad heeft gedaan. Psychiatrische deskundigen stelden vast dat verdachte leed aan een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis en een aanpassingsstoornis met depressieve kenmerken, waardoor zij verminderd toerekeningsvatbaar was. De rechtbank verwierp het verweer van ontoerekeningsvatbaarheid en oordeelde dat verdachte strafbaar is.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van vijf jaren op, met aftrek van voorarrest, en gelastte een terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Dit laatste vanwege de ernst van de stoornis, het recidivegevaar en het advies van deskundigen en reclassering dat een langdurige intramurale behandeling noodzakelijk is. De behandeling dient onmiddellijk na het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis te beginnen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens moord met verminderd toerekeningsvatbaarheid.