ECLI:NL:RBAMS:2007:BB8624
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid en aansprakelijkheid effectenleaseovereenkomsten wegens schending zorgplicht Dexia
De rechtbank Amsterdam behandelde een geschil tussen [eiseres] en Dexia Bank Nederland N.V. over drie effectenlease-overeenkomsten. [Eiseres], handelend ook namens haar minderjarige kinderen, stelde dat de overeenkomsten nietig waren of vernietigd moesten worden wegens dwaling, strijd met de Colportagewet en schending van de zorgplicht door Dexia. Dexia betwistte deze stellingen en stelde dat de overeenkomsten rechtsgeldig waren en dat zij niet aansprakelijk was voor het handelen van de tussenpersoon.
De rechtbank kwalificeerde de lease-overeenkomsten als huurkoop en oordeelde dat Dexia aansprakelijk was voor het handelen van haar tussenpersoon. Tevens stelde de rechtbank vast dat Dexia haar zorgplicht niet was nagekomen, omdat zij onvoldoende had gewezen op de risico’s van de producten. Dit leidde tot aansprakelijkheid voor het nadeel dat [eisers] hadden geleden.
De rechtbank paste het categoriemodel toe voor de verdeling van het nadeel en bepaalde dat 80% van het nadeel voor rekening van Dexia komt en 20% voor rekening van [eisers], gelet op hun persoonlijke omstandigheden. Voor de eerste lease-overeenkomst werd het nadeel berekend en een bedrag toegewezen aan [eiseres]. Voor de overige overeenkomsten werd de zaak aangehouden voor aanvullende gegevens. De vordering tot ontbinding werd afgewezen, omdat dit niet tot een ander resultaat zou leiden.
De procedure werd geschorst vanwege een WCAM-procedure, maar na opt-out van [eiseres] hervat. De rechtbank bepaalde vervolgtermijnen voor het aanleveren van aanvullende gegevens en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: Dexia is aansprakelijk voor schending zorgplicht en moet nadeel deels vergoeden volgens categoriemodel.