ECLI:NL:RBAMS:2007:BB8174
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Tonkens - Gerkema
- N.C.H. Blankevoort
- A.W.H. Vink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen Barclays wegens onvoldoende bewijs bevoegdheid garantieverstrekking
In deze civiele bodemzaak tussen de Gemeente Rotterdam en Barclays Bank PLC stond centraal of betrokkene bevoegd was om garanties af te geven namens de gemeente. Barclays mocht bewijzen dat betrokkene tijdens de closingsbespreking op 12 september 2003 uitdrukkelijk positief over zijn bevoegdheid had verklaard.
Getuigenverklaringen van onder meer Andriesse en B bevestigden dat betrokkene zich positief over zijn bevoegdheid had uitgelaten, wat de rechtbank geloofwaardig achtte. Hierdoor kwam de rechtbank terug op een eerdere beslissing en stelde zij dat het causaal verband tussen de mededeling van betrokkene en de schade van Barclays in beginsel gegeven was.
Echter slaagde Barclays er niet in het bewijs te leveren dat betrokkene wist of had moeten weten dat hij niet bevoegd was. Het rapport en de verklaring van Prof. Dr. C ondersteunden dit oordeel: betrokkene was overtuigd van zijn bevoegdheid en handelde niet bewust onbevoegd. Daarom werden alle vorderingen van Barclays afgewezen en werd zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Barclays af wegens onvoldoende bewijs dat betrokkene wist of had moeten weten dat hij niet bevoegd was garanties te verstrekken.