ECLI:NL:RBAMS:2007:BB7567
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Muijden
- Rechtspraak.nl
Onderzoeksplicht UWV bij weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Eiser was sinds 1988 in dienst bij een werkgever en werd per september 2003 herplaatsingskandidaat vanwege een reorganisatie. Ondanks meerdere gesprekken en het bespreken van outplacementmogelijkheden, werd hij niet herplaatst. De werkgever verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, welke per 1 december 2004 werd uitgesproken. Eiser vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
Het UWV baseerde het besluit op de stukken uit de ontbindingsprocedure, maar beschikte niet over alle producties, zoals verslagen van gesprekken en correspondentie tussen eiser en werkgever. De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende feiten heeft verzameld om vast te stellen dat eiser verwijtbaar werkloos is geworden, omdat het onderzoek niet volledig was en het dossier onvolledig.
De rechtbank stelt dat het UWV de onderzoeksplicht uit artikel 3:2 Awb Pro onvoldoende heeft nageleefd en vernietigt het bestreden besluit. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.