ECLI:NL:RBAMS:2007:BB6619
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet-schending zorgplicht vermogensbeheerder Delta Lloyd
De zaak betreft een civiele procedure waarin eiser A Delta Lloyd Bank N.V. aansprakelijk stelt wegens schending van de zorgplicht als vermogensbeheerder. A stelt dat Delta Lloyd tekort is geschoten in het vastleggen van een cliëntprofiel, het informeren over risico's, het naleven van beleggingsrichtlijnen en het tijdig opheffen van dekkingstekorten. Daarnaast betwist A de omzetting van een hypothecaire lening in een effectenkrediet.
De rechtbank stelt vast dat Delta Lloyd vanaf het eerste contact in 1997 tot het sluiten van de vermogensbeheerovereenkomst in 2000 voldoende informatie heeft ingewonnen en dat het schriftelijk vastgelegde financieel plan en beleggingsvoorstel als cliëntprofiel kunnen worden beschouwd. De informatie- en waarschuwingsplicht is nageleefd, mede omdat A zich bewust verklaarde van de risico's en een offensief risicoprofiel accepteerde.
Verder oordeelt de rechtbank dat het ontstaan van dekkingstekorten inherent is aan beleggen met geleend geld en dat Delta Lloyd tijdig heeft gewaarschuwd en maatregelen heeft genomen. De vermeende overschrijding van de asset allocatie en onvoldoende spreiding worden niet bewezen. Ook de beleggingsresultaten die afwijken van de benchmark rechtvaardigen geen aansprakelijkheid. De stelling dat geen effectenkrediet is overeengekomen wordt door Delta Lloyd weersproken met schriftelijke afspraken.
De rechtbank concludeert dat Delta Lloyd niet in strijd met haar zorgplicht heeft gehandeld en wijst de vordering van A af. A wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van A af en veroordeelt hem in de proceskosten.