ECLI:NL:RBAMS:2007:BB6149
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.J. Laurentius - Kooter
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in vordering geldlening wegens gebrek aan rechtsmacht
In deze civiele procedure vordert Watersdale Limited betaling van een restantgeldlening van EUR 15.030,- van A. A betwist de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en stelt dat de zaak in het Verenigd Koninkrijk moet worden behandeld.
De rechtbank toetst de rechtsmacht aan de hand van de Verordening EG/44/2001 (EEX-Vo) en het Nederlandse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met name artikel 9 Rv Pro. Watersdale beroept zich op artikel 9 lid 1 sub c Rv Pro, dat uitzonderlijk rechtsmacht toekent indien de zaak voldoende met Nederland verbonden is en het onaanvaardbaar is de zaak aan een buitenlandse rechter voor te leggen.
De rechtbank oordeelt dat Watersdale onvoldoende heeft gesteld en bewezen dat het onaanvaardbaar is de zaak aan een buitenlandse rechter voor te leggen, ondanks de mogelijkheid van een verstekvonnis in het Verenigd Koninkrijk. Daarom wordt de Nederlandse rechter onbevoegd verklaard. Watersdale wordt veroordeeld in de proceskosten van A.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en wijst de vordering van Watersdale af wegens gebrek aan rechtsmacht.