ECLI:NL:RBAMS:2007:BB5437
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.S.F. Voskens
- Rechtspraak.nl
Lease-overeenkomst effecten: schending zorgplicht en toerekening nadeel
Eiser sloot in 1999 een effectenlease-overeenkomst met Dexia, die later werd verlengd. Eiser stelde dat Dexia de zorgplicht schond door onvoldoende te informeren over risico's en onrechtmatig te handelen, mede vanwege het ontbreken van een WCK-vergunning bij de rechtsvoorganger. Dexia betwistte deze stellingen en voerde aan dat de WCK niet van toepassing is op effectenlease en dat zij aan haar zorgplicht had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat de lease-overeenkomst als huurkoop moet worden aangemerkt en dat Dexia aansprakelijk is wegens tekortschieten in de zorgplicht, omdat zij niet adequaat op de risico's heeft gewezen. De rechtbank paste een categoriemodel toe om het nadeel tussen partijen te verdelen, waarbij 65% voor rekening van Dexia komt en 35% voor eiser. Het totale nadeel werd berekend op €3.718,26, waaruit een bedrag van €2.438,25 aan eiser toekomt.
De vordering van Dexia tot betaling van de restschuld werd afgewezen. Ook de ontbinding van de overeenkomst door eiser werd niet toegewezen. Dexia werd veroordeeld tot betaling van het bedrag aan eiser, vermeerderd met wettelijke rente over 65% van de betalingen, en tot medewerking aan het verwijderen van de BKR-registratie van eiser. De overige vorderingen werden afgewezen, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld tot betaling van €2.438,25 aan eiser met wettelijke rente en medewerking aan BKR-schraping; vordering restschuld afgewezen.