ECLI:NL:RBAMS:2007:BB4059
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging van bestuurlijke boete voor illegale arbeid door korte marginale inzet in shoarmazaak
Eiser, eigenaar van een shoarmazaak, kreeg een bestuurlijke boete van €4.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2 lid 1 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank stelt vast dat eiser als werkgever in de zin van de Wav kan worden aangemerkt, omdat de vreemdeling feitelijk arbeid heeft verricht door gedurende eisers korte afwezigheid de zaak draaiende te houden. De aanwezigheid van de vreemdeling maakte het mogelijk omzet te genereren, ondanks het ontbreken van een feitelijke gezagsrelatie of betaling.
De rechtbank toetst de rechtmatigheid en evenredigheid van de boete volledig aan artikel 6 EVRM Pro en concludeert dat de hoogte van de boete disproportioneel is. Gezien de marginale aard van de arbeid, de korte duur van de overtreding en het ontbreken van eerdere overtredingen, wordt de boete gematigd tot €2.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser. De uitspraak is gedaan door voorzitter H.J.M. Baldinger en openbaar gemaakt op 3 juli 2007.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd van €4.000 naar €2.000 vanwege de korte en marginale aard van de overtreding.