ECLI:NL:RBAMS:2007:BB2245
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid en verjaring van effectenlease-overeenkomsten wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenoot
De zaak betreft een geschil over twee effectenlease-overeenkomsten die door de echtgenoot van eiseres zijn aangegaan zonder haar schriftelijke toestemming. Eiseres vordert vernietiging van deze overeenkomsten op grond van artikel 1:89 BW Pro en terugbetaling van betaalde termijnen.
Dexia betwist dat de overeenkomsten als koop op afbetaling kwalificeren en voert aan dat het beroep op vernietiging is verjaard, omdat eiseres pas in 2004 dit heeft ingeroepen. Tevens stelt Dexia dat eiseres geen partij is bij de overeenkomsten en dat zij mogelijk wel op de hoogte was van de lease-overeenkomsten.
De rechtbank stelt vast dat artikel 1:88 BW Pro van toepassing is en dat schriftelijke toestemming vereist is. Omdat niet vaststaat of eiseres en haar echtgenoot ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten gehuwd waren, wordt eiseres in de gelegenheid gesteld dit aan te tonen. Ook wordt een comparitie gelast om de stellingen over bekendheid met de overeenkomsten nader te concretiseren en om specificaties van betalingen en dividenden te verkrijgen.
De rechtbank wijst het beroep op artikel 6:278 BW Pro af en overweegt dat het beroep op de Wet consumentenkrediet (WCK) niet tot toewijzing kan leiden omdat eiseres geen partij is bij de lease-overeenkomsten. De procedure wordt geschorst en aangehouden voor verdere behandeling na comparitie.
Uitkomst: De procedure wordt aangehouden en een comparitie gelast om de gestelde feiten nader te onderzoeken.