ECLI:NL:RBAMS:2007:BA9976
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- R. Orobio de Castro
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vrijgave depotbedrag na frauduleuze verduistering
Eiser, een autohandelaar, werd door gedaagden, Heineken Nederland B.V. en Heineken Beer Systems B.V., verdacht van betrokkenheid bij de verduistering van €2.557.207,04. Gedaagden legden conservatoir beslag op zijn rekeningen, dat werd omgezet in een depotbedrag van €120.000,- als zekerheid. Eiser vorderde in kort geding de vrijgave van dit depot, stellende dat hij geen vordering verschuldigd was en onschuldig was aan fraude.
De rechtbank oordeelde dat het niet summierlijk vaststond dat de vordering van Heineken c.s. ondeugdelijk was. Diverse onregelmatigheden in de transacties tussen eiser en de frauduleuze partij [persoon1] en diens zoons, zoals afwijkende factuurbedragen, betalingen op privérekening en onduidelijkheden over levering en prijsstelling van auto's, wekten ernstige twijfels.
Daarmee was het beslag en het depot niet onrechtmatig. De vordering tot vrijgave werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis bevestigt dat in situaties van vermoedelijke fraude een depotbedrag als zekerheid kan worden gehandhaafd zolang niet overtuigend is aangetoond dat de vordering ondeugdelijk is.
Uitkomst: De vordering tot vrijgave van het depotbedrag van €120.000,- wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ondeugdelijke vordering.