ECLI:NL:RBAMS:2007:BA9602
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor gebruik van visnetten met te kleine mazen in de Nederlandse visserijzone
Op 13 december 2005 heeft verdachte als schipper van een Nederlands vissersschip in de Nederlandse visserijzone gevist met visnetten waarin voorzieningen waren aangebracht die de mazen konden verkleinen, zogenoemde binnenkuilen. Dit is in strijd met artikel 4 van Pro de Visserijwet 1963.
De verdediging voerde aan dat de opsporingsambtenaren niet bevoegd waren om het schip te vorderen en te betreden op grond van artikel 23 WED Pro, en dat het bewijs daarom uitgesloten moest worden. De rechtbank oordeelde dat er voorafgaand aan de vordering onvoldoende aanwijzingen waren voor een overtreding van de visserijwet en dat de vordering tot stoppen van het schip niet rechtmatig was. Wel was er sprake van een vormverzuim bij het betreden van het schip zonder voorafgaande vordering, maar dit leidde niet tot bewijsuitsluiting.
De rechtbank verklaarde verdachte vrij van de eerste ten laste gelegde overtreding, maar achtte bewezen dat verdachte meerdere malen het voorschrift van artikel 4 Visserijwet Pro 1963 had overtreden door gebruik van binnenkuilen. De feiten zijn strafbaar en er is geen rechtvaardigingsgrond. Verdachte is strafbaar en wordt veroordeeld tot tweemaal een geldboete van €5.000, waarvan €2.500 per boete voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank motiveert de straf door de ernst van de overtreding, het gevaar voor de vispopulatie en de oneerlijke concurrentiepositie die verdachte zich verschaft. De opgelegde boetes zijn mede bedoeld als speciaal preventieve maatregel om toekomstige overtredingen te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tweemaal een geldboete van €5.000, waarvan €2.500 per boete voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, wegens het gebruik van visnetten met te kleine mazen.