ECLI:NL:RBAMS:2007:BA9586
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vissen met te kleine mazen binnen de 12-mijlszone en bewijsuitsluiting vormverzuim afgewezen
De rechtbank Amsterdam behandelde twee zaken tegen verdachte, waarin hij werd beschuldigd van het vissen binnen de Nederlandse 12-mijlszone met voorzieningen in de netten die de mazen verkleinden (binnenkuilen). De rechtbank oordeelde dat bij de bepaling van de 12-mijlszone moet worden uitgegaan van de basislijn van de territoriale zee, inclusief droogvallingen, waardoor het vissen binnen de zone plaatsvond en strafbaar was.
Verdachte voerde verweren aan tegen de bevoegdheid van opsporingsambtenaren en tegen de bewijsvoering, waaronder dat de ambtenaren het schip zonder voorafgaande vordering hadden betreden. Hoewel dit een onherstelbaar vormverzuim opleverde, werd bewijsuitsluiting verworpen omdat het verzuim een beperkte inbreuk op de rechten van verdachte vormde en verdachte op grond van de Visserijwet medewerking had moeten verlenen.
De rechtbank stelde vast dat het vissen met binnenkuilen de vispopulatie schaadt en een illegale concurrentiepositie oplevert. Verdachte werd veroordeeld tot geldboetes en verbeurdverklaring van de gebruikte binnenkuilen en de bruto besomming. Het beroep op een verschoven 12-mijlszone door het verdwijnen van droogvallingen werd verworpen, omdat de officiële zeekaart van toepassing bleef.
De rechtbank verwierp ook het verweer dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk was omdat de vervolging elders was begonnen. De bewezenverklaarde feiten waren strafbaar en geen rechtvaardigingsgrond of uitsluitingsgrond was aannemelijk. De opgelegde boetes waren in verhouding tot de ernst van de feiten en de draagkracht van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot geldboetes en verbeurdverklaring wegens vissen met binnenkuilen binnen de 12-mijlszone.