ECLI:NL:RBAMS:2007:BA9482
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Nakoming omgangsregeling vader met minderjarige dochter
Partijen zijn ex-echtgenoten met gezamenlijk gezag over hun minderjarige dochter. De rechtbank had in 2003 een omgangsregeling vastgesteld waarbij de dochter een weekend per veertien dagen en de helft van vakanties bij de vader verblijft. Sinds april 2007 komt de vader deze regeling niet na, waarop de moeder kort geding startte om nakoming af te dwingen.
De vader voerde aan dat zijn financiële situatie en werkverplichtingen hem verhinderen de omgang volledig na te komen, met name in de eerste helft van de zomervakantie 2007. De moeder stelde dat de omgang niet alleen een recht van de vader is, maar ook in het belang van de dochter en dat zij door het niet nakomen in financiële problemen komt.
De rechtbank oordeelde dat de omgangsregeling een invulling is van de zorgplicht van de vader en dat hij deze moet nakomen. De vordering werd toegewezen met uitzondering van de eerste helft van de zomervakantie 2007, omdat de vader aannemelijk maakte dat hij toen geen zorg kon bieden. Voor de tweede helft van die vakantie en de herfst- en kerstvakantie 2007 werd omgang toegewezen. Dwangsommen werden opgelegd voor niet-nakoming, maar lijfsdwang werd afgewezen.
Partijen bereikten tevens afspraken over de omgang na de zomervakantie 2007. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vader wordt veroordeeld tot nakoming van de omgangsregeling met oplegging van dwangsommen bij niet-nakoming.