ECLI:NL:RBAMS:2007:BA8847
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van verwijtbaarheid bij ontdoen van coagulatieslib als afvalstof
De rechtbank Amsterdam behandelde een strafzaak tegen verdachte omtrent het ontdoen van coagulatieslib, dat volgens de Wet milieubeheer als afvalstof wordt aangemerkt. Verdachte en Grondunie hadden het slib van het Waterleidingbedrijf Amsterdam in ontvangst genomen en vervoerd naar de gemeente Amstelveen, waar het tijdelijk werd opgeslagen en toegepast.
De rechtbank oordeelde dat Grondunie als inzamelaar van de afvalstof fungeerde en dat WLB zich ontdaan had van de afvalstof door afgifte aan een onbevoegde ontvanger, wat een overtreding van artikel 10.37 lid 1 Wm opleverde. Echter, de rechtbank stelde vast dat verdachte en Grondunie niet met het vereiste verwijtbaarheidsniveau hadden gehandeld, omdat de wijziging van de bestemming door het bevoegd gezag was genomen en zij daarop mochten vertrouwen.
Ten aanzien van de milieuschade concludeerde de rechtbank dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat door het handelen van verdachte en anderen nadelige milieugevolgen waren ontstaan. Ook werd het opzettelijk valselijk opmaken van begeleidingsbrieven niet bewezen geacht, omdat verdachte de afvalgroepcode had overgenomen zonder oogmerk tot misleiding.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging. Het vonnis benadrukt het belang van verwijtbaarheid en vertrouwen in het handelen van het bevoegd gezag bij milieurechtelijke overtredingen.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken van de milieurechtelijke overtredingen wegens ontbreken van verwijtbaarheid en van valsheid in geschrifte wegens onvoldoende bewijs.