ECLI:NL:RBAMS:2007:BA8628
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en bewaring wegens onvoldoende redelijk vermoeden illegaal verblijf in Grand Café
De zaak betreft de vraag of er een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond ten aanzien van de groep bezoekers in het Grand Café tijdens een Nigeriaans feest op 15-16 juni 2007. Verweerder baseerde het vermoeden op informatie over criminele activiteiten door West-Afrikanen en het frequente bezoek van illegale vreemdelingen aan het café.
De rechtbank stelt dat het Grand Café een vrij toegankelijke plaats is en dat het feest openstond voor iedereen, waardoor hogere eisen gelden aan het redelijk vermoeden. Uit het dossier blijkt dat hoewel er aanwijzingen zijn voor crimineel gedrag en illegaal verblijf van enkele personen, deze onvoldoende concreet en objectief zijn om het vermoeden te rechtvaardigen voor de gehele groep aanwezigen.
De staandehouding van eiser, voortkomend uit het grootschalige onderzoek, was daarom niet rechtmatig. De latere vondst van een grote groep illegalen doet hieraan niet af, omdat de aanleiding voor het onderzoek onvoldoende was. Ook de daaropvolgende bewaring is onrechtmatig omdat de belangen van eiser niet in redelijke verhouding stonden tot de ernst van het gebrek. De rechtbank beveelt opheffing van de bewaring en toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt opheffing van de bewaring wegens ontbreken van een objectief redelijk vermoeden van illegaal verblijf.