ECLI:NL:RBAMS:2007:BA7464
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Natuurlijkeisverzoek afgewezen wegens onjuiste toepassing vijfjaarstoetsing
Eiser, van Egyptische nationaliteit, diende op 30 juli 2004 een verzoek tot naturalisatie in dat op 19 mei 2005 werd afgewezen wegens het niet voldoen aan de eis van vijf jaar onafgebroken toelating en hoofdverblijf in Nederland. Verweerder stelde dat eiser tussen 24 september 2004 en 13 juni 2005 geen geldige verblijfsvergunning had, waardoor een verblijfsgat ontstond.
Eiser voerde aan dat hij op het moment van indiening van het verzoek reeds aan de vijfjaarstoets voldeed en dat het verblijfsgat na het verzoek niet in aanmerking mocht worden genomen. De rechtbank stelde vast dat verweerder in strijd met artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWNL) het toetsmoment onjuist had uitgebreid tot de beslissing op het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat de wet alleen het moment van het verzoek als toetsmoment kent en niet het moment van de beslissing. Dit oordeel werd ondersteund door jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit 2002. Verweerders beleid was daarmee in strijd met de wet. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor de vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt vernietigd.