ECLI:NL:RBAMS:2007:BA5917
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende verblijf en ingeburgerdheid ondanks bereidheid tot verlies oorspronkelijke nationaliteit
Eiser verzocht om naturalisatie en overhandigde een verklaring waarin hij bereidheid toonde zijn Egyptische nationaliteit te verliezen. Tevens overhandigde hij een brief van de Egyptische autoriteiten waarin toestemming werd gevraagd voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Verweerder wees het verzoek af omdat eiser niet kon aantonen vijf jaar onafgebroken in Nederland te hebben verbleven en niet voldeed aan de ingeburgerdheidseis, waaronder het afleggen van de naturalisatietoets.
De rechtbank oordeelde dat de stukken die eiser overlegde onvoldoende waren om het vereiste verblijf aan te tonen. Nieuwe stukken die in beroep werden ingediend, werden buiten beschouwing gelaten omdat deze niet in de bezwaarfase waren ingebracht. Ook voldeed eiser niet aan de voorwaarden voor vrijstelling van de naturalisatietoets.
Hoewel eiser aantoonde bereid te zijn zijn Egyptische nationaliteit te verliezen en een verzoek daartoe had ingediend bij de Egyptische autoriteiten, vond de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom een toestemmingsverklaring voorafgaand aan het besluit moest worden overgelegd. Dit motiveringsgebrek leidde echter niet tot vernietiging van het besluit omdat de andere afwijzingsgronden stand hielden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees verzoeker toe geen proceskostenvergoeding toe. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet voldoet aan de verblijf- en ingeburgerdheidseisen.