ECLI:NL:RBAMS:2007:BA5006
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Incident zekerheidstelling proceskosten in civiele procedure tegen Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten
In deze civiele procedure vordert Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK) zekerheidstelling voor proceskosten van meerdere verweerders die in het incident betrokken zijn. AHK baseert haar vordering op artikel 224 Rv Pro en stelt dat bepaalde verweerders geen woon- of verblijfplaats in Nederland hebben en mogelijk Nederland zullen verlaten, waardoor verhaal van proceskosten onzeker is.
De rechtbank beoordeelt per verweerder of de vordering tot zekerheidstelling toewijsbaar is. Voor verweerders met woonplaats in Nederland wordt de vordering afgewezen. Voor verweerders uit landen met verdragsrechtelijke vrijstellingen, zoals de Verenigde Staten en Zwitserland, wordt de vordering eveneens afgewezen op grond van respectievelijke verdragen en de EEX-verordening.
Voor vijf verweerders zonder woonplaats in Nederland en zonder toepasselijke uitzonderingen wordt de vordering toegewezen. Zij worden veroordeeld tot het stellen van een zekerheid van €57,69 elk, te storten op de derdengeldenrekening van de procureur van AHK. De rechtbank wijst overige vorderingen af en veroordeelt AHK in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: Vordering tot zekerheidstelling proceskosten toegewezen voor vijf verweerders zonder woonplaats in Nederland, afgewezen voor overige verweerders.