ECLI:NL:RBAMS:2007:BA4582
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg en geldigheid bankgaranties bij verlenging luchtvervoerovereenkomst Thomas Cook en ATR
In deze civiele zaak staat centraal of Thomas Cook de door IMCA en Atradius afgegeven bankgaranties kennelijk bedrieglijk of willekeurig heeft ingeroepen. De luchtvervoerovereenkomst tussen Thomas Cook en ATR bevatte een optie tot verlenging voor de seizoenen 2004/2005 en 2005. Thomas Cook maakte van deze optie gebruik, wat later werd vastgelegd in een addendum. IMCA en Atradius stelden dat de bankgaranties alleen golden voor de oorspronkelijke looptijd tot 31 oktober 2004 en dat de garanties niet meer van kracht waren bij verlenging.
De rechtbank oordeelde dat de bankgaranties gekoppeld zijn aan de luchtvervoerovereenkomst en dat Thomas Cook er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat deze ook bij verlenging geldig bleven. Uit correspondentie, gedrukt reisbrochures en het feit dat ATR na 31 oktober 2004 vluchten bleef uitvoeren, blijkt dat partijen de overeenkomst als verlengd beschouwden. Het addendum bevestigt deze verlenging en de continuering van de samenwerking.
Verder stelde de rechtbank vast dat de bankgaranties ook toekomstige vooruitbetalingen dekken, omdat de garanties zijn bedoeld als zekerheid voor terugbetaling van vooruitbetalingen, ook na aanpassing van betalingstermijnen. Wel werd geoordeeld dat het bedrag van €143.908,80 dat Thomas Cook claimde voor twee vluchten op 5 februari 2005, die niet zijn afgenomen, kennelijk bedrieglijk of willekeurig was ingeroepen. Ook werd overwogen dat het claimen van bedragen boven €1.260.000,- onder de IMCA-garantie als kennelijk bedrieglijk kan worden aangemerkt.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat Thomas Cook gerechtigd was de overeenkomst op te zeggen na de surséance van betaling van ATR en dat het beroep op de bankgaranties niet te kwader trouw was. De rechtbank stond IMCA en Atradius toe tegenbewijs te leveren over de verlenging van de overeenkomst en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bankgaranties geldig zijn bij verlenging van de luchtvervoerovereenkomst en staat IMCA en Atradius toe tegenbewijs te leveren; verdere beslissing wordt aangehouden.