ECLI:NL:RBAMS:2007:BA4521

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
355239
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 224 RvArt. V lid 1 Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van AmerikaArt. 5 Protocol bij het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot zekerheidstelling proceskosten op grond van verdrag met VS

In deze civiele procedure vordert Top Format Music Licensing B.V. dat Videohelper Inc., een in de Verenigde Staten gevestigde rechtspersoon, zekerheid stelt voor de proceskosten. Top Format baseert haar vordering op artikel 224 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), vanwege de buitenlandse vestiging van Videohelper.

Videohelper voert verweer met een beroep op artikel V lid 1 van het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen Nederland en de Verenigde Staten van 27 maart 1956 en artikel 5 van Pro het bijbehorende protocol. Deze bepalingen vrijwaren Amerikaanse onderdanen en vennootschappen van het storten van een waarborgsom voor proceskosten in Nederland.

De rechtbank oordeelt dat Videohelper als Amerikaanse vennootschap onder de vrijstelling valt en wijst de vordering van Top Format tot zekerheidstelling af. Top Format wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident, begroot op EUR 384,00. De hoofdzaak wordt voortgezet met een rolzitting op 21 maart 2007.

Uitkomst: De vordering tot zekerheidstelling proceskosten wordt afgewezen vanwege vrijstelling op grond van het verdrag met de Verenigde Staten.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 355239 / HA ZA 06-3549
Vonnis in incident van 7 februari 2007
in de zaak van
de rechtspersoon naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika
VIDEOHELPER INC.,
gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
procureur mr. M.T.M. Koedooder,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TOP FORMAT MUSIC LICENSING B.V.,
gevestigd te Haarlem,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
procureur mr. M. Leopold.
Partijen zullen hierna Videohelper en Top Format genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de incidentele conclusie tot zekerheidstelling ex artikel 224 Rv Pro
- de incidentele conclusie van antwoord.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De beoordeling in het incident
2.1. Top Format vordert bij incidentele conclusie dat Videohelper veroordeeld zal worden tot het stellen van zekerheid voor de door Top Format te maken proceskosten. Videohelper voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
2.2. Top Format grondt haar vordering op art. 224 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv), en stelt dat er, nu Videohelper in de Verenigde Staten gevestigd is, aanleiding is voor een veroordeling tot het stellen van zekerheid voor proceskosten. Videohelper verweert zich primair door te wijzen op art. 224 lid 2 sub a Rv Pro, en in samenhang daarmee, op het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika van 27 maart 1956 (Trb 1956/40).
2.3. Dit verweer slaagt. Uit artikel V lid 1 van dit verdrag in verbinding met artikel 5 van Pro het bij het verdrag behorend protocol vloeit voort dat onderdanen en vennootschappen van de Verenigde Staten in Nederland vrijgesteld zullen zijn van het storten van een waarborgsom voor proceskosten. Niet tussen partijen betwist is, dat Videohelper een in de Verenigde Staten gevestigde vennootschap is, zodat vaststaat dat de bedoelde bepalingen van het verdrag op de betrekkingen tussen partijen van toepassing zijn. De incidentele vordering moet worden afgewezen.
2.4. Nu het primaire verweer van Videohelper doel treft, behoeven haar overige weren geen behandeling.
2.5. Top Format zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
3.1. wijst het gevorderde af,
3.2. veroordeelt Top Format in de kosten van het incident, aan de zijde van Videohelper tot op heden begroot op EUR 384,00,
in de hoofdzaak
3.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 21 maart 2007 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.V.T. de Bie en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2007.?