ECLI:NL:RBAMS:2007:BA4308
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte drugsdelicten aan Duitse autoriteiten met uitzondering van verjaard feit
De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 april 2007 de vordering tot overlevering van een verdachte aan de Duitse justitiële autoriteiten op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht te Aken. De verdachte wordt verdacht van 25 strafbare feiten, voornamelijk handel en vervoer van verdovende middelen, waarvan een deel in Nederland en het merendeel in Duitsland heeft plaatsgevonden.
De rechtbank stelde vast dat het eerste feit waarop de overlevering betrekking heeft, is verjaard en daarom geweigerd wordt. De overige feiten zijn strafbaar volgens Nederlands recht en voldoen aan de dubbele strafbaarheidsvereiste. De Duitse autoriteiten hebben garanties gegeven dat een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland kan worden uitgezeten, wat de belangen van de verdachte beschermt.
De raadsman van de verdachte heeft geen verweer gevoerd tegen de overlevering en erkent dat de belangen van zijn cliënt voldoende zijn gewaarborgd. Gezien de lopende vervolging in Duitsland en het feit dat het bewijs en de meeste feiten zich daar bevinden, acht de rechtbank het passend dat de zaak in Duitsland wordt afgedaan.
De rechtbank wijst de overlevering toe voor de feiten 2 tot en met 25 van het EAB en weigert deze voor het eerste feit wegens verjaring. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering toe voor de feiten 2 tot en met 25 en weigert overlevering voor het eerste feit wegens verjaring.