ECLI:NL:RBAMS:2007:BA4253
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Orobio de Castro
- Rechtspraak.nl
Geschil over schooladvies HAVO of VWO voor leerling na Cito-toets
De ouders van een leerling zijn het niet eens met het door de basisschool gegeven HAVO-advies voor hun kind, dat volgens hen op basis van een hoge score bij de Eind Cito toets recht zou doen aan een HAVO/VWO-advies. De basisschool had in december 2006 een HAVO-advies gegeven, gebaseerd op diverse criteria, waaronder tussentijdse toetsen en observaties van het onderwijzend personeel. Ondanks een score van 548 op de Eind Cito toets, die het VWO-advies ondersteunt, heeft de directeur het advies niet gewijzigd.
De ouders schakelden een extern onderzoeksbureau in, dat eveneens concludeerde dat het VWO het meest geschikt is voor de leerling. De basisschool stelde dat het kind veel begeleiding nodig heeft en minder zelfstandig is, waardoor het VWO-advies niet passend is. De rechtbank overweegt dat het schooladvies niet vatbaar is voor bezwaar of beroep, maar dat in uitzonderlijke gevallen kan worden ingegrepen.
De rechtbank oordeelt dat het HAVO-advies niet zo gebrekkig is dat geen weldenkende directeur tot dit advies had kunnen komen, ondanks de hoge Cito-score en het externe advies. De beleidsvrijheid van de directeur bij de beoordeling van de capaciteiten van de leerling wordt gerespecteerd. De vordering van de ouders wordt afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de ouders af en bevestigt het HAVO-advies van de basisschool.