ECLI:NL:RBAMS:2007:BA3277
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.J. de Graaf
- C.G. Meeder
- C.A.E. Wijnker
- Rechtspraak.nl
Herziening scootmobielvoorziening wegens onvoldoende individuele vervoersbehoefte beoordeling
Eiser, met ernstige mobiliteitsbeperkingen, vroeg bij de gemeente Amsterdam om een scootmobiel. De aanvraag werd afgewezen omdat zijn echtgenote al over een scootmobiel beschikte en hij gebruik kon maken van aanvullend openbaar vervoer (AOV) en een vervoerskostenvergoeding voor zeer korte afstanden (zka-vergoeding).
De rechtbank oordeelde dat de gemeente ten onrechte de individuele vervoersbehoefte van eiser onvoldoende heeft meegewogen. De afhankelijkheid van de echtgenote en het recreatieve aspect van vervoer, zoals uitstapjes en hobby's, werden niet adequaat betrokken in de beoordeling. Bovendien is het AOV ongeschikt voor vervoer over zeer korte afstanden en is de zka-vergoeding niet adequaat om in de vervoersbehoefte te voorzien.
De rechtbank stelde dat de gemeente opnieuw moet beslissen, met inachtneming van de juiste criteria, waaronder de mogelijkheid van een tweede scootmobiel of een zwaarder model dat voor beiden geschikt is. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de gemeente moet opnieuw beslissen rekening houdend met de individuele vervoersbehoefte van eiser.