ECLI:NL:RBAMS:2007:BA3274
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.J. de Graaf
- C.G. Meeder
- C.A.E. Wijnker
- Rechtspraak.nl
Toekenning gesloten buitenwagen wegens onvoldoende adequaatheid alternatieve vervoersvoorzieningen
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een gesloten buitenwagen op grond van de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG), welke door de gemeente werd afgewezen omdat eiser gebruik kan maken van het aanvullend openbaar vervoer (AOV) en mantelzorg van zijn echtgenote. De rechtbank oordeelt dat deze afwijzing onjuist is omdat eiser zeer beperkt mobiel is en afhankelijk wordt gemaakt van derden, wat strijdig is met het doel van de WVG om zelfstandigheid te bevorderen.
De rechtbank stelt dat de gemeente ten onrechte recreatief vervoer en vervoer naar artsen heeft uitgesloten van de vervoersbehoefte en dat de vergoeding voor vervoer op zeer korte afstand (zka-vergoeding) niet adequaat is gezien de omvang van de vervoersbehoefte. De beleidsregels en verordening die de gemeente aanvoert zijn in zoverre strijdig met de wet en mogen niet worden toegepast.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en het primaire besluit, en bepaalt dat de gemeente binnen zes weken een gesloten buitenwagen aan eiser moet verstrekken. Tevens wordt een financiële tegemoetkoming van €460 per jaar toegekend vanaf de datum van het primaire besluit tot de verstrekking van de Canta. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de gemeente een gesloten buitenwagen te verstrekken en kent een financiële vergoeding toe.